logo
20.0018 DSV-3


Schriftelijke vraag
(art. 27 RvO commissie)

Per onderwerp afzonderlijk formulier gebruiken
Indienen via het e-mailadres griffie@tholen.nl

Nummer 20.0018
Datum ontvangst raadsgriffie 2 september 2020
Datum augustus 2020
Vraag wordt gesteld aan
(college of burgemeester)
College van Burgemeester en Wethouders
Naam steller vraag Fractie ABT Han van ’t Hof
Verzocht wordt de volgende
vraag (vragen) te beantwoorden
Geachte heer en mevrouw,
Een kort moment van tussentijdse reflectie als u ons toestaat.
Toen wij de eerste (onthutsende) aspecten rond de DSV vestiging, zeg maar inmiddels uitgegroeid tot de “”affaire DSV”” , op tafel kregen bekroop ons als ABT het gevoel, dat we een licht anarchistische boodschap op de muren gingen kalken.
Deze (onbegrijpelijke) transactie – los van de indrukwekkende performance van DSV wereldwijd, en laat daar geen misverstand over bestaan - is immers buitensporig en in deze vorm nooit eerder in Tholen en vermoedelijk ook in de regio niet vertoond.
Bloody shame zouden zelfs de genuanceerde luitjes onder ons zeggen en zo krijgen we dat ook uit alle hoeken en gaten uit de Thoolse samenleving bevestigd.
Grote blunders aan de kaak stellen leek aanvankelijk voor ons politiek interessant en spectaculair, maar het wordt confronterend en zelfs pijnlijk als blijkt in welke mate de normen en gebruikelijke financiële uitgangspunten zijn overschreden naast de grote gemiste financiële kansen voor onze Thoolse samenleving.
Politiek bedrijven is weliswaar een nobel vak, maar met de noblesse en verplichting dat je af en toe ook de riolen moet schoonmaken.
Maar het kan ook worden beleefd als een bijzondere vorm van verantwoordelijkheid, want het is niet vanzelfsprekend dat de politiek nobel is.
Je kunt een lokaal politicus niet nobel noemen die zelf alle rotzooi en vuiligheid aan anderen overlaat.
Nee, noblesse in de politiek betekent ook betrokkenheid, zelf door de modder gaan en de onderste steen proberen boven te krijgen.
Want – dat moet ook worden gezegd - het blijkt tegelijkertijd ook veel negatieve reacties en krachten te ontlokken en dat krijg je als je heilige huisjes dreigt af te breken.
Graag willen we die eerste reflectie met u delen.
Spijtig nogmaals om te constateren, dat op zo veel cruciale punten veelal financiële missers zijn gemaakt, te beginnen met de lage grondprijs en de ongeoorloofde staatssteun naast de eerder besproken vele cadeautjes, presentjes, douceurtjes en emolumenten.
Ook in onderstaande analyse moeten wij helaas wederom vele missers vaststellen.
We zullen dat in volgend edities nog verder aantonen en hieronder treft u jammer genoeg opnieuw een aantal schrijnende voorbeelden om het nog maar sympathiek te zeggen.
De tussenstand is echter zodanig dat iedereen zal begrijpen dat een actie nu dringend noodzakelijk is.
ABT is van mening dat gezien de (ernstige tekortschietende) werkwijze van het college dit onvoldoende soelaas biedt om het noodzakelijke traject te begeleiden en adequaat uit te voeren.
Daarom gaat ABT een (indringende) oproep doen aan de Raad.
De raad moet daarbij bij voorbaat niet vervallen in diffuse en klassieke verdedigingstechnieken, maar vanwege het immense financiële belang gewoon erkennen dat er door het college grove fouten en ernstige blunders zijn gemaakt ten koste van de Thoolse financiële positie, de schuldenratio en last but certainly not least de Thoolse belastingbetaler.
Dus, Laten we a.u.b. in het belang van onze inwoners geen loopgravenoorlog gaan voeren en niet met onszelf in oorlog raken, nee, de politiek even laten voor wat het is, maar samen snel tot actie komen en dat is die maatregelen treffen, waardoor we de vele gemiste miljoenen op basis van ongeoorloofde staatssteun zo spoedig mogelijk gaan terugvorderen ten faveure van de Thoolse schuldenratio en de niet te vergeten de gewone belastingbetaler.
Een oproep dus aan de collega raadsleden – vermoedelijk gesteund door de provincie Zeeland – om de handschoen op te pakken en alles erop te richten om de extreem lage financiële opbrengst en geboden voordelen en cadeaus als ongeoorloofde staatssteun terug te vorderen.
Voorwaarde is uiteraard wel, dat de collega raadsleden de moed en bereidheid toont om die strijd gemeenschappelijk en met overtuiging en ten volle aan te gaan.
Mocht daarvoor onvoldoende draagvlak bestaan dan zullen we als ABT samen met de raadsleden die zich wel in willen zetten voor onze inwoners de handschoen oppakken en trachten dat het miljoenenverlies – de teller staat op basis van een voorzichtig scenario op ruim € 30 mio - wordt teruggehaald in het besef dat dit overigens niet gemakkelijker is geworden nu het vastgoed van DSV aan de Koreaanse beleggersgroep is verkocht.
Duidelijk is, dat de positie uiteraard sterker wordt, indien er sprake is van een breed gedragen besluit van de gemeenteraad.
Oppositie- en de coalitie partijen zullen zich moeten verenigen...Dus nogmaals een dringend beroep op u allen om dat zonder scrupules en politieke rancune samen met ons op te pakken.
Dat gezegd hebbend willen we en moeten we het college opnieuw (jammer genoeg) een aantal vragen stellen die in dit verband relevant lijken.
Zie de onderstaande derde vragentranche en wij maken ons ook op voor de samenstelling van een vierde vragentranche, waaruit opnieuw zal blijken dat het fors mis is gegaan.
  1.  De gemeente heeft aanzienlijk minder grond verkocht dan mogelijk was geweest en derft dus veel inkomsten.
    Te beginnen met de aanleg van wegen rond het complex.
    Zie de tekening hierboven.
    Het kavel van DSV – ter grootte van ruim 15 voetbalvelden - moet voor zo veel vrachtverkeer uiteraard passend ontsloten worden en goed toegankelijk zijn.
    Maar in de casus DSV zijn er industriewegen voor rekening van de gemeente aangelegd die feitelijk op het bordje van DSV thuishoren.
    Als de gemeente bij de les was geweest had ze gewezen op de hoofdontsluiting aan de noordzijde met een tweede ontsluiting op de aangelegde landbouwweg van de provincie aan de zuidzijde.
    De laatste weg biedt qua draagkracht immers voldoende capaciteit voor het vrachtverkeer, getuige het feit, dat DSV ook aan die weg een toegang heeft gecreëerd.
    Zie de tekening hieronder als oriëntatie.
    Dat alles was ruimschoots voldoende geweest voor een effectieve ontsluiting van het DSV kavel, aldus is de conclusie van onze experts en daarbij verwijzend naar ervaringen in Nederland en daarbuiten.
    Maar nee, de gemeente ging nog een stap verder en legde aan de noord en noordwestzijde een extra industrieel geëquipeerde weg aan met watergang en bermen over een lengte van ca.
    920 meter.
    Grofweg goed voor een oppervlak van bijna 2 ha.
    Als die weg was geïntegreerd in de eigen infrastructuur en lay out van DSV – dat is op elk ander industrieterrein gebruikelijk - had de gemeente een extra grondopbrengst kunnen genereren van ruim ca. € 3 mio
    Vraag aan het college:
    Waarom heeft het college dit grote gebaar aan DSV gemaakt en werd verzuimd om de extra inkomsten voor de grondverkoop toe te passen.
    Het bieden van een ontsluiting aan de noordzijde in het verlengde van de bestaande weg en aan de zuidzijde was in de basis toch voldoende en waarom werd daar niet voor gekozen.
    De teller aan gemiste inkomsten staat hiermee op € 25 mio.

  2. De aanleg van die wegen (zoals omschreven onder 1.), sloten, straatverlichting enz. zijn ook door de gemeente betaald, terwijl dat normaliter door de investeerder wordt betaald.
    De kosten van de aanleg van de weg met berm schatten wij conservatief op ca.
    € 1 mio.
    Naast uiteraard de jaarlijks terugkerende niet geringe onderhoudskosten en de gemiste inkomsten voor grondverkoop.
    Vraag aan het college: Waarom werd besloten om de kosten voor de aanleg van de weg, bermen, straatverlichting, sloten en watergangen voor rekening van de gemeente te laten komen, terwijl volstaan had kunnen worden met het uitgangspunt, dat DSV dat in haar plan zoals algemeen gebruikelijk integreerde en de kosten voor haar rekening moet nemen.
    Daarmee staat de teller aan gemiste inkomsten op € 26 mio.

  3. De gemeente heeft bij de overdracht van de weg in 2029 geen enkele onderhandelingspositie en dus wederom een inkomstenderving.
    Volgens het gesloten koopcontract blijft de noordwestelijke weg – waarvan uitsluitend DSV gebruik mag maken, zo lezen we in de contracten – tot 2029 of zoveel eerder of later in eigendom, beheer en onderhoud van de gemeente.
    De afspraak wordt volgens hetzelfde contract gemaakt dat in 2029 of later de weg in onderhoud en beheer wordt overgedragen aan DSV.
    Echter zijn geen afspraken gemaakt over de prangende vraag welke overnamesom dan aan de orde zal zijn.
    Een open eind constructie (levensgevaarlijk in het contractrecht) zo blijkt en iedereen weet dat je daarover vooraf afspraken moet maken en niet achteraf.
    In het contract wordt gesproken over “te goeder trouw”.
    Fout, elke contract gaat uit van te kwader trouw.
    Zie uw eigen hypotheekakte die ook bol staat van zware boeten en dito clausules.
    DSV, of beter de Koreaanse groep, kan in 2029 of later (laconiek) reageren met de mededeling, dat conform de afspraak de weg in onderhoud en beheer zal worden overgenomen, maar wil daarvoor – zo is voorzienbaar - wel een financiële vergoeding als afkoop voor het in de toekomst te verrichten onderhoud.
    Die Koreaanse groep (wereldwijd op ruime afstand) zal zich natuurlijk niks gelegen laten liggen door de lokale sentimenten en emoties in Tholen, vrezen wij.
    En alleen kien zijn op haar rendement!
    Op dat moment van de overdracht van de weg ontstaat een patstelling en staat de gemeente Tholen met de rug tegen de muur.
    Een dwangmiddel of een sanctie om de weg toch (verplicht) over te dragen bestaat juridisch niet en dus betekent dat extra onderhoudskosten en gemiste inkomsten voor de daarop volgende decennia!!
    Oh, welke jurist heeft dit kunnen fiatteren en zo zitten dutten, zo merken onze geconsulteerde experts op.
    Vraag aan het college: Waarom heeft het college vooraf geen bindende afspraken gemaakt over de wijze waarop de weg in onderhoud en beheer zal worden overgedragen met inbegrip van een financiële verdeelsleutel.
    Want nu bent u overgeleverd aan de goede wil van de Koreanen.
    De teller aan gemiste inkomsten “”blijft”” daarmee grof geschat op € 26 mio en dit vanwege de nuance en zorgvuldigheid, dat het in dit stadium niet sluitend gekwantificeerd kan worden.
    Maar het spreekt voor zichzelf dat dit tot een grove financiële schade zal leiden.
    Nu nog niet te kwantificeren in redelijkheid.

  4. De grond voor de groenwal en de brede waterpartij is niet “”meeverkocht”” ,terwijl dat wel mogelijk was geweest.
    Opnieuw een inkomstenderving.
    Aan de zuidzijde is over een lengte van ca. 500 meter een forse groenwal gemaakt met een brede sloot en groenvoorzieningen.
    Die grond is eigendom van de gemeente gebleven, terwijl nota bene ook een constructie denkbaar was geweest (en overigens gebruikelijk) dat dit terrein door DSV zou worden gekocht en de groenvoorziening ook door DSV (voor haar rekening) zou worden aangelegd en onderhouden.
    Of een andere veel toegepaste constructie bij dergelijk grote complexen, namelijk dat de grond door DSV wordt gekocht, maar de groenvoorzieningen in het kader van parkmanagement (tegen betaling) worden onderhouden door de gemeente.
    Dat uitgangspunt waarborgt een blijvend goede kwaliteit van het aanzicht en het behoud van de groenvoorzieningen.
    Nogmaals een methodiek die op vele grootschalige terreinen wordt toegepast.
    Aldus had de gemeente de groene wal en de bijbehorende watergang ook kunnen verkopen, hetgeen grofweg een hectare aan grond opbrengst had opgeleverd, zijnde een bedrag van € 1,5 mio.
    De teller aan gemiste inkomsten staat daarmee op € 27,5 mio.
    Vraag aan het college: Waarom heeft het college dat gebruikelijke model – of een andere tussenvorm – niet overwogen.

  5. Groenwal aan de zuidzijde overbodig, maar het bezorgt DSV weer wel een financieel voordeel.
    De gemeente gebruikt onder andere als argument, dat de groenwal als maskering van de grote distributiehal dient en dus in gemeentelijke handen moet blijven.
    Zoals gezegd in andere gemeenten wordt dit efficiënter opgelost door de grond mee te verkopen en via parkmanagement de onderhoudskosten te verhalen.
    Maar ook het “maskeringsargument” is esthetisch een geforceerd verhaal.
    Immers dient de veel grotere en hogere dijk langs de Thoolse provinciale weg naar Poortvliet reeds als landschappelijke markering.
    De hal van de provinciale weg is vanwege die dijk nauwelijks zichtbaar.
    Het was veel logischer geweest om de door de gemeente aangelegde (lagere) wal uit een oogpunt van landschappelijke maskering aan de noordzijde aan te leggen om daarmee het landschappelijk beeld vanuit Oud-Vossemeer en Poortvliet te verzachten.
    Wij veronderstellen, dat hier weer een cadeautje is toegespeeld.
    DSV moest het kavel over een oppervlakte van 150.000 m2 ontgraven (cunetten).
    Grofweg praten we dan over 75.000 m3 vrijkomende grond en waar blijf je dan met die grond.
    Normaliter had DSV die grond moeten afvoeren en ergens moeten opslaan.
    Kosten per m3 ca. € 10, of meer.
    Door het de gemeente aan te bieden hoefde geen afvoer plaats te vinden en bespaarde DSV daarmee ca. € 7,5 ton.
    Wederom wordt DSV bevoordeeld waar andere bedrijven altijd de vrijkomende grond moet afvoeren en dus veel grotere afstanden voor het vrachtverkeer gelden.
    Opnieuw een bevoordeling en dus ongeoorloofde staatssteun.
    Vraag aan het college:
    1. Waarom is aan de zuidzijde die landschappelijke overbodige grondwal aangelegd in plaats van een gewenste walvoorziening aan de noordzijde om aldus het landschapseffect aan de noordzijde vanuit de dorpskern Oud-Vossemeer te verzachten.
    2. Is het juist dat de vrijkomende grond van het kavel van DSV is benut voor de aanleg van de zuidelijke grondwal en in een bevestigend geval de vraag waarom andere bedrijven hun vrijkomende grond op eigen terrein moeten opslaan of de kosten voor het afvoeren wel voor hun rekening krijgen.
      Dat financieel voordeel voor DSV had de gemeente toch kunnen cashen??

    De teller aan gemiste inkomsten blijft daarmee op € 27,5 mio.
    We hebben geen financiële toevoeging gemaakt zo lang de details ontbreken en het zou niet verantwoord zijn in het kader van een zorgvuldige aanpak.
    Geloofwaardigheid en juiste feiten blijft onze benadering.

  6. Extra onderhoudskosten aan wegen, bermen, sloten en groenvoorzieningen worden financieel niet terugverhaald.
    Een ander aspect betreft de jaarlijks extra terugkerende kosten aan het lokaal wegennet, de groenvoorzieningen, de riolering, retentievoorzieningen en parkmanagement.
    We praten over een grote investering met een grote impact voor Tholen, het kan niet genoeg herhaald worden.
    Keerzijde is wel, dat de activiteit van DSV Logistics veel transport- en motorvoertuigbewegingen genereert.
    In de gemeentelijke Ariusberekening wordt gesproken over 320 verkeersbewegingen van lichte voertuigbewegingen en 100 zware vrachtwagens.
    Volgens onze experts slaan die aantallen werkelijk nergens op.
    Als we de officiële bronnen (CROW) hanteren (ook toegepast door de Raad van State voor de toetsing van bestemmingsplannen van bedrijfsterreinen) dan zal het DSV complex op een gemiddelde werkdag ca.1280 lichte voertuigen generen en ca.
    332 vrachtwagenbewegingen.
    De CROW bron geeft ook aan dat voor een gemiddelde werkdag met een factor 1,3 moet worden gerekend en dat betekent 1664 lichte voertuigbewegingen en (schrikt u niet) 431 zware vrachtwagenbewegingen.
    Dat staat in schril contract met de bewering van de gemeente van 320 auto’s en 100 zware vrachtwagens.
    Het is algemeen gebruikelijk, dat een gemeente aan de investeerder een onafhankelijke verkeersanalyse vraagt in geval van een grootschalig project.
    Om vervolgens aldus te kunnen beoordelen wat niet alleen de verkeerskundige gevolgen zijn, maar ook om vast te stellen wat de fysieke wegbelasting zal impliceren.
    We achten het een ernstige tekortkoming, sterker nog naïef dat verzuimd is om voor zo’n belangrijk onderdeel de gebruikelijke verkeersanalyse aan DSV te vragen.
    Los daarvan is het duidelijk, dat DSV een zware belasting van het wegennet met zich zal brengen en dus trekt dat een forse wissel op de kosten van het onderhoud van het Thools wegennet en infrastructuur.
    Dit leidt tot hoge onderhoudskosten en derhalve zal de gemeente ook de jaarlijkse extra onderhoudskosten voor haar kiezen krijgen.
    Op basis van de gebruikelijke kerncijfers en parameters moet worden verwacht dat dit tot een versneld onderhoud en niet te vergeten snellere afschrijving van wegen, sloten, bermen en aanverwante leidt naast de reguliere voorbereidings- en toezicht van niet geringe (ambtelijke) kosten.
    Dat klemt temeer, omdat veel vrachtwagens of beter opleggers met een zware last en in een hoge frequentie op de Thoolse wegen zullen rijden als gevolg van de vestiging van DSV.
    Dat leidt tot spoorvorming, scheuren, beschadiging van bermen en dus niet geringe kosten voor versneld onderhoud en versnelde afschrijving.
    Een overbeladen vrachtvoertuig staat al gauw gelijk aan de schade die 420.000 personenauto’s – ja u leest het goed - tezamen aanrichten, terwijl een maximaal beladen gangbaar vrachtvoertuig een schade aanricht die gelijk staat aan de belasting door 200.000 voertuigen (zie onderzoeken Rijkswaterstaat, KOAC en Oranjewoud).
    Mocht u het niet geloven, zie ook www.verkeerskunde.nl. waarin dat in detail wordt toegelicht.
    En het is natuurlijk heel aannemelijk, dat er met een frequentie van ca. 330 vrachtwagenbewegingen per dag regelmatig een te zwaar beladen vrachtwagen in Tholen arriveert naast de so wie so zware gevolgen van intensief vrachtverkeer.
    Vanwege die extra onderhoudskosten is het algemeen gebruikelijk, dat in geval van een grootschalige vestiging – zeker nu ca. 17 ha bruto - wordt toegevoegd aan een bedrijventerrein - via parkmanagement de kosten van onderhoud van wegen, groen, bewegwijzering, water- en rioolvoorzieningen enz. jaarlijks (deels) worden verhaald op de investeerder, t.w. DSV.
    In de regio en daarbuiten is het daarom algemeen gebruikelijk geworden, dat voor nieuwe ontwikkelingen die kosten via parkmanagement of afzonderlijke overeenkomsten wordt verhaald op de veroorzaker, in dit geval DSV.
    Het is wederom pijnlijk en – het liedje is vaker gezongen – onthutsend om te constateren dat Tholen niet bij de les was en die gebruikelijke en regionale ontwikkelingen niet op de voet heeft gevolgd.
    Daarmee is wederom een grote financiële aderlating ontstaan .
    Die landelijke en regionale tarieven voor parkmanagement schommelen op jaarbasis van ca € 0,70 per m2 tot ca € 5, per m2, sterk afhankelijk van het pakket dat wordt geboden, de schaalgrootte en de onderhoudskosten die worden verwacht.
    Indien we uitgaan van het meest sobere, conservatieve scenario en uitgaan van (slechts) een jaarlijkse parkmanagement bijdrage van € 0,70 ,- per m2 (op basis van 150.000 m2) dan leidt dit tot een jaarlijkse inkomstenpost voor de gemeente van € 100.000,-.
    Naast een gebruikelijk relatief fors entreebedrag van enkele honderdduizenden euro’s.
    Als we dat bedrag kapitaliseren voor een periode van 20 jaar (geeft dat op samengestelde interest basis) een eindkapitaal van ruim € 4 mio.
    Uit de publicaties die de griffier daarover ons heeft aangeleverd maken wij op, dat er geen, wij herhalen opnieuw, geen parkmanagement overeenkomst of ander contract is gesloten om een deel van de jaarlijkse kosten te verhalen en waardoor de gemeente wederom een bedrag van minimaal € 4, mio mist.
    Wederom een bevoordeling van DSV, hetgeen ongeoorloofde staatssteun opnieuw bevestigt.
    Vraag aan het college:
    1. Waarom heeft de gemeente Tholen (zoals te doen gebruikelijk) niet gevraagd om een onafhankelijk verkeersonderzoek, zodat een juist beeld werd verkregen van het werkelijk aantal verkeersbewegingen;
    2. Waarom is in (hemelsnaam) zo lichtvaardig gedacht over de onderhoudskosten van het Thoolse wegennet met bijbehorende flankerende voorzieningen en waarom heeft de gemeente geen gebruik gemaakt van de alom in den lande toegepaste regel (met betrekking tot parkmanagement/terug betaling onderhoudskosten) om daarvoor jaarlijks kosten in rekening te brengen om aldus de financiële positie van de gemeente veilig te stellen voor nu en in de toekomst.
      De teller aan gemiste inkomsten staat daarmee op ca. € 31,5 mio.

  7. Opnieuw een douceurtje voor de aanleg van gratis inritten.
    De gemeente geeft aan, dat DSV twee opritten mag aanleggen en dat de kosten daarvoor door de gemeente worden betaald.
    Hoewel dit onderdeel van minor orde is merken wij op, dat wij in het veld allereerst vier opritten signaleren.
    Het college jokt dus.
    Daarnaast is het ongebruikelijk, dat een gemeente of terrein exploitant de kosten van tweede en of derde (industriële) opritten en of inritten met voldoende dimensie voor haar rekening neemt.
    De kosten van een tweede en derde oprit belopen toch al gauw een bedrag van € 25.000 a € 35.000,-.
    Toegegeven, in het licht van de eerder geschetste cadeautjesregen zijn het peanuts, maar opnieuw stellen wij (ten opzichte van andere bedrijven) een bevoordeling vast en dat maakt de balans van het bedrag van de ongeoorloofde staatssteun weer groter.
    Daarmee staat de teller op meer dan € 31,5 mio.

  8. Nog steeds beschikken we over onvoldoende documenten om tot een genuanceerde en verantwoorde afweging te kunnen komen.
    In uw beantwoording van de door ons gestelde vragen komen zaken boven water die wij nergens in de contracten terugvinden (gas, water, elektriciteit, opritten, adr goederen, glasvezel, afvoer grond etc.
    etc.), maar kennelijk zijn de afspraken daarover wel in een document/contract vastgelegd.
    Want over dergelijk belangrijke aspecten pleeg je bindende en concrete afspraken te maken.
    Vraag aan het college.
    Excuses voor onze argwaan (uiteraard gevoed en geïnspireerd door de eerdere vragentranches en geconstateerde grote tekortkomingen), maar waarom wordt dat document niet aan ons overgelegd met daaraan gekoppeld de opmerking dat we voor een juiste beoordeling ook over dat stuk moeten beschikken.
    Is het college bereid dat document alsnog aan te reiken.

    Tot slot.
    Het klinkt afgezaagd en monotoon, maar in een binnenkort samen te stellen vierde vragentranche komen wij opnieuw met schokkende en verlieslatende feiten.
    Het houdt (helaas) niet op!!
Toelichting
(indien nodig)


Antwoord van college/
burgemeester indien schriftelijk
antwoord wordt gegeven *
Beantwoording college
Algemeen
Zoals weergegeven in de beantwoording van de gestelde schriftelijke vragen van 18 augustus en 26 augustus jl. (nummers 20.0013 en 20.0014) geeft het college uitvoering aan de besluiten van de gemeenteraad.
Dit zijn o.a. de volgende raadsbesluiten:
  • Bestemmingsplan Welgelegen III (door de raad vastgesteld op 20-04- 2017)
  • Structuurvisie Uitbreiding Welgelegen Tholen (door de raad vastgesteld op 15-03-2018)
  • Grondprijzen gemeente Tholen (jaarlijks door de raad vastgesteld, laatstelijk op 06-12-2018 en 12-12-2019)
  • Grondexploitatieberekening Welgelegen III (jaarlijks door de raad vastgesteld, laatstelijk op 11-10-2018, 20-06-2019 en 16-04-2020)
De inleiding die uw fractie weergeeft alvorens te komen tot de vragen begint met een kort moment van reflectie en bevat naast een aantal (herhaalde) eigen conclusies een oproep naar andere fracties.
Voor zover deze inleiding strekt tot de werkwijze van het college wensen wij, alvorens in te gaan op de gestelde vragen, met klem aan te geven dat wij afstand doen van het door het ABT weergeven beeld.
Wij hebben in de eerdere antwoorden beargumenteerd dat wij normen en gebruikelijk financiële uitgangspunten, zoals dat in alle vergelijkbare gevallen gebeurt, hebben gehanteerd.
Daarmee hebben wij de doelstellingen zoals vastgesteld door de raad nagestreefd (o.a. grondverkoop conform grondexploitatieberekening).
Ten aanzien van de gestelde vragen willen wij op voorhand opmerken dat een aantal zaken die gevraagd worden opgenomen zijn in het vastgestelde bestemmingsplan en de betreffende koopovereenkomst.
Beide documenten kunnen geraadpleegd worden door het ABT of zijn in bezit van ABT.
Waar nodig zullen wij dat in de beantwoording nogmaals aangeven.

Beantwoording
  1. 15 maart 2018 heeft de gemeenteraad besloten om de Structuurvisie “Uitbreiding bedrijventerrein Welgelegen Tholen en landschappelijke inpassing bedrijventerreinen”
    vastgesteld.
    In deze structuurvisie is vastgelegd op welke wijze uitbreiding van het bedrijventerrein Welgelegen in de toekomst plaats kan vinden.
    Het aanleggen van wegen maakt daar onderdeel van uit.
    De aanleg van openbaar gebied zoals wegen is gezien de structuurvisie dan ook niet uitsluitend ten behoeve van grootschalige logistiek, thans DSV, maar ook voor een (toekomstige) mogelijk verbeterde ontsluiting van het gehele bedrijventerrein en dus ook voor andere Thoolse ondernemers.
    Wegen rondom de kavel van DSV zijn dus niet uitsluitend voor DSV aangelegd (noordwestelijke weg in fase 1 en 2 en in fase 3 als onderhoudsweg, zie koopovereenkomst).
    Naast de door de gemeenteraad vastgestelde structuurvisie is nadere detaillering, zowel fysiek als financieel, opgenomen in de grondexploitatie berekening.
    De gemeentelijke grondexploitatieberekeningen worden jaarlijks ter actualisatie/ ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.
    Dit was laatstelijk op 20 juni 2019 en 16 april 2020.

  2. Zoals in de beantwoording bij vraag 1 is aangegeven is de aanleg van openbaar gebied, zoals wegen, bermen, straatverlichting etc. niet uitsluitend ten behoeve van DSV, maar ook voor een (toekomstige) betere ontsluiting van het gehele bedrijventerrein en dus ook voor andere Thoolse ondernemers.
    In zeer specifieke gevallen kan mogelijk maatwerk voor een bedrijf geleverd worden en zal daar een bijdrage voor gevraagd worden.
    DSV heeft niet om specifiek maatwerk verzocht.

  3. In de koopovereenkomst en de akte van levering is opgenomen dat de gemeente voor haar rekening en risico een (bouw)weg zal aanleggen aan de noordwestzijde van de bedrijfskavel.
    Vervolgens is beschreven dat deze weg zal fungeren als bouwweg voor de aanleg en het bouwrijp maken van de bedrijfskavel en de omgeving (fase 1).
    Vervolgens is aangegeven dat in fase 2 al het verkeer gebruik kan maken van de weg.
    Dit is door de gemeente gewenst in het geval dat er een ontsluiting op de provinciale weg (op locatie huidig viaduct) mogelijk is.
    Fase 3 ziet op de mogelijkheid om deze weg van functie te doen veranderen omdat in dat geval een nieuwe ontsluiting is gerealiseerd (zie bijlage 6 bij de koopovereenkomst).
    In de koopovereenkomst is vastgelegd dat beheer en onderhoud in fase 1 en 2 voor de gemeente zijn en in fase 3 voor de koper.
    Daarnaast willen wij opmerken dat de ondergrond van de bedoelde weg reeds is verkocht aan DSV.
    Voordelen daarvan zijn dat de gemeente hierdoor een opbrengst heeft gerealiseerd (en dus geen opbrengst heeft gemist), de tijdelijke weg niet verwijderd hoeft te worden en dat juridisch is vastgelegd op welk moment het beheer en onderhoud van de weg voor de koper (of rechtsopvolger) is.
    Er is voor DSV geen basis om kosten voor beheer en onderhoud bij de gemeente weg te kunnen leggen.

  4. In de grondexploitatie van bedrijventerrein Welgelegen zijn de kosten van de aanleg van de grondwal opgenomen en ook het toekomstige onderhoud is voor de gemeente.
    Op deze wijze houdt de gemeente zelf de regie op de landschappelijk inpassing.
    Dit is een gebruikelijke werkwijze in de gemeente Tholen die de afgelopen jaren steeds op dezelfde wijze in diverse grondexploitaties is opgenomen/ doorgevoerd.
    Bij de vaststelling c.q. actualisering van grondexploitaties door de gemeenteraad is dit aspect niet ter discussie geweest.

    1. Met het oog op toekomstige ontwikkelingen en het feit dat de gemeente Tholen robuuste landschappelijk inpassing wil toepassen is de grondwal met beplanting aan de zuidzijde gerealiseerd.
      Aan de noordzijde moet de landschappelijke inpassing nog gerealiseerd worden.
      Bij de nog aan te leggen landschappelijke inpassing zullen wij de uitgangspunten hanteren zoals vastgelegd in de Structuurvisie “Uitbreiding bedrijventerrein Welgelegen Tholen en
      landschappelijke inpassing bedrijventerreinen”.
    2. Een bedrijfskavel wordt geleverd in de staat waarin het zich bevindt.
      Er is geen vrijkomende grond van de kavel van DSV benut voor de aanleg van de zuidelijke grondwal.
      Er is dus ook geen sprake van een financieel voordeel voor DSV ten aanzien van grondafvoer.

    1. In het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan Welgelegen III is aandacht geschonken aan het aspect verkeer.
      Dit is gedaan omdat al bij de planvorming inzicht verkregen moet zijn m.b.t. de verkeersafwikkeling.
      In paragraaf 4.2 is een berekening opgenomen van het aantal verkeersbewegingen.
      Uit dit deel van de toelichting blijkt dat de gemeente Tholen rekening moet houden met 2460 verkeersbewegingen per werkdagetmaal.
      Nu bekend is welk bedrijf zich vestigt in het plangebied kan het werkelijk aantal verkeersbewegingen inzichtelijk gemaakt worden.
      Volgens DSV is dit minder dan is opgenomen in het bestemmingsplan en om die reden zijn ook lagere aantallen meegenomen in de laatste berekening (Aerius).
      Verder kunnen we concluderen dat het ABT het (onafhankelijk) onderzoek naar verkeersbewegingen zoals is opgenomen in het bestemmingsplan onderschrijft.
    2. Zoals u van ons mag verwachten wordt voorafgaand aan de planning en uitvoering van het aanleggen van wegen door de gemeente bezien welke functie de betreffende weg zal gaan krijgen.
      Wanneer verwacht mag worden dat een weg intensiever gebruikt zal gaan worden door meer of zwaarder verkeer dan zal de uitvoering van een weg daarop aangepast worden. Omdat in dit geval de geschikte weg voor de verwachte verkeersbelasting is aangelegd verwachten wij geen extra onderhoudskosten.
      De weg is hier immers op berekend.
      Uw stelling dat wij lichtvaardig hebben gedacht over onderhoudskosten onderschrijven wij niet.

  5. Hoewel er geen concrete vraag aan de orde komt bij dit punt willen wij hier toch kort op ingaan.
    Wanneer een inrit een waterloop moet passeren is het niet ongebruikelijk dat de gemeente deze aanlegt.
    De kosten van deze aanleg komen dan ten laste van de grondexploitatie.
    In onderhavige situatie zijn inritten over waterlopen aangelegd.
    Daarnaast kunnen we opmerken dat de twee zogenoemde inritten ter plaatse van de landbouwroute calamiteitenontsluitingen zijn en niet als reguliere in/uitrit gebruikt mogen worden. In het grondwerk van de gemeente kon dit worden meegenomen tegen aanzienlijk lage kosten.
    In dit geval is er sprake van een reguliere handelswijze die ook bij andere bedrijven zo wordt toegepast.

  6. Wederom vraagt u naar stukken m.b.t. afspraken over kostentoedeling van werken en onderhoud (side letter of contract).
    Wij hebben reeds aangegeven dat deze niet bestaan en dus ook niet overlegd kunnen worden.
    Zoals wij hebben aangegeven zijn zaken vastgelegd in het bestemmingsplan, grondexploitatieberekening en koopovereenkomst c.q. akte van levering.
    Voornoemde stukken zijn in uw bezit of kunt u raadplegen.
Datum beantwoording 22 september 2020
Ingeleverd bij de griffie 23 september 2020

* afspraak is om, indien mogelijk, mondeling antwoord te geven in de eerstvolgende vergadering


ABT lichtgrijs
2020
HoofdstukkenHoger Menu Pagina's Start Westerpoort 20.0010 strandjes Tholen Stad 20.0013 DSV-1 20.0014 DSV-2 20.0017 Steunpunt Bravis 20.0018 DSV-3 20.0021 DSV-4 20.0022 DSZ - aanvullende vragen 1 20.0023 DSZ verder aanvullende vragen 2 20.0027 DSV-5 Berekening rentevergoeding uitgestelde betaling DSV Probleem Zwembad de Spetter Bestanden 200930 REWIN DSV.pdf

Valid HTML 5.0 Valid CSS Valid i18n
Inloggen
© 2021 Algemeen Belang Tholen.
Externe artkelen hebben een bronvermelding,
overname eigen-artikelen is toegestaan mits met bronvermelding.

Webber versie 210305a
Pagina gemaakt in
Pagina aangemaakt
Laatste aanpassing
Pagina grootte
47222 µsec.
Onbekend
Onbekend
46357 bytes